De aangekondigde handhaving op de zzp-wetgeving zorgt voor veel vragen en onrust. Wat betekent de zogeheten ‘gedeeltelijke zachte landing’ nu precies? Kun je als zzp’er voorlopig nog doorwerken zoals je deed? En waar loopt je als zelfstandige of opdrachtgever écht risico?
Wij gingen hierover in gesprek met Britt Kreeft, directeur en medeoprichter van Bring at Work. Zij volgt de ontwikkelingen op de voet en ziet in de praktijk wat deze regels betekenen voor zzp’ers én opdrachtgevers.
“De zachte landing betekent niet dat er niet wordt gehandhaafd’’
De Tweede Kamer heeft aangegeven dat de overheid in 2026 kiest voor een gedeeltelijke zachte landing bij de handhaving van de zzp-wetgeving. In de praktijk betekent dit dat er nog geen standaard verzuimboetes worden opgelegd, maar dat controles, naheffingen en boetes bij opzet of grove schuld wel degelijk mogelijk blijven.
“Veel zzp’ers denken: er is een zachte landing, dus ik kan nog wel even door,” zegt Britt. “Maar zo werkt het niet. Er wordt gewoon gehandhaafd.”
Volgens Britt kijkt de Belastingdienst tijdens controles of iemand daadwerkelijk voldoet aan de criteria om als zzp’er te werken. “Kom je in een controle naar boven en blijkt dat je eigenlijk schijnzelfstandig bent, dan worden je facturen gezien als loon. Daarover moet loonheffing worden betaald. Dat geldt voor zowel de zzp’er als de opdrachtgever.” En die bedragen kunnen flink oplopen. “Het gaat dan niet om een kleine correctie, maar soms om tienduizenden euro’s aan loonheffing die met terugwerkende kracht moet worden betaald.”
Wat verandert er concreet voor zzp’ers?
Naast de handhaving speelt ook de Wet DBA een grote rol. “Die wet wordt echt gehanteerd,” zegt Britt. “Daarnaast wordt de zelfstandigenaftrek de komende jaren verder afgebouwd. Je houdt als zzp’er simpelweg steeds minder over.” Volgens Britt is het financiële verschil tussen zzp en uitzenden inmiddels zo klein geworden, dat het risico vaak niet meer opweegt tegen het voordeel. “Voor veel mensen is in dienst zijn uiteindelijk gunstiger: meer zekerheid, minder risico en onderaan de streep vaak hetzelfde of zelfs meer overhouden.”
Waar kijkt de Belastingdienst op dit moment naar?
De Belastingdienst controleert aan de hand van een lijst met criteria. “Die criteria zijn niet cumulatief,” legt Britt uit. “Op één criterium kunnen ze je al beoordelen als schijnzelfstandig.” Daarnaast wordt er steeds vaker bij opdrachtgevers gecontroleerd. “De Belastingdienst kijkt letterlijk in de boekhouding: wie werkt hier, onder welke voorwaarden, en klopt dat met de regels?” Britt ziet dit al gebeuren. “Wij kennen opdrachtgevers waar de Belastingdienst nu al meekijkt. Ze stoppen met alleen adviseren en gaan echt handhaven.”
Voor zzp’ers die al jaren bij dezelfde opdrachtgever werken, zijn de gevolgen extra groot. “In zo’n geval kan worden vastgesteld dat er sprake is van een dienstverband,” zegt Britt. “Dat betekent dat er met terugwerkende kracht loonheffing moet worden betaald, soms zelfs vanaf 1 januari 2025.”
Wie loopt het grootste risico?
Zowel de zzp’er als de opdrachtgever loopt risico. “Een organisatie kan door naheffingen en boetes financieel in de problemen komen. En een zzp’er kan ineens geconfronteerd worden met een naheffing van bijvoorbeeld 20.000 euro. Dat moet je maar even kunnen betalen.” Haar boodschap aan zzp’ers die denken dat het wel mee zal vallen, is duidelijk: “Onderschat dit niet. De regels zijn er niet voor niets. Ga mee met de flow van de wetgeving.”
Opdrachtgevers veranderen hun gedrag
De veranderingen komen niet alleen door wetgeving, maar ook door het gedrag van opdrachtgevers. “We zien dat opdrachten verdwijnen of anders worden ingevuld.” zet Britt
In 2025 werd er nog veel geïnformeerd en afgewacht, maar inmiddels maken opdrachtgevers een duidelijke omslag. “Veel organisaties zijn op hun vingers getikt en willen geen risico meer lopen. Zij kiezen bewust voor uitzendkrachten in plaats van zzp’ers.”
Een goed voorbeeld is de kinderopvang. “Daar is per 1 januari 2025 volledig gestopt met zzp. Iedereen volgt dat beleid. In de zorg zie je meer verschil per organisatie, en dat zorgt voor onrust onder zzp’ers.” Voor 2026 verwacht Britt dat het aantal zzp-opdrachten fors daalt. “Waar het afgelopen jaar misschien nog 50% zzp was, verwacht ik straks nog maar zo’n 10%.”
Welke alternatieven zijn er?
Volgens Britt is het belangrijk om nu kritisch te kijken naar je huidige opdracht. “Past deze nog binnen de kaders van de Wet DBA? Zo niet, kies dan voor een ander format, zoals uitzenden of detachering.” Hoewel het uurtarief soms iets lager ligt, wegen de voordelen vaak zwaarder. “Je bent verzekerd, bouwt pensioen op, krijgt bij ziekte doorbetaald en blijft flexibel. In ieder geval bij Bring at Work.
Over uitzenden is Britt duidelijk: “Dat is op dit moment het meest aantrekkelijke alternatief voor veel zzp’ers. De risico’s van zzp zijn simpelweg te groot geworden.” Ze merkt dat zzp’ers soms bang zijn hun flexibiliteit te verliezen. “Maar bij ons kun je soms één dag werken, de andere week drie of vijf. We kijken echt naar wat bij iemand past en welke locatie gunstig is. Die flexibiliteit blijft.”
In deze situatie treedt Bring at Work nadrukkelijk op als sparringspartner en kennisorganisatie.“Wij gaan met iedereen het gesprek aan,” zegt Britt. “Wat is voor jou de beste keuze? Uitzenden, zzp’en, detachering, direct in dienst of misschien zelfs een opleiding volgen.” Volgens Britt bestaat er geen standaardoplossing. “Het is echt maatwerk, van persoon tot persoon. Kom gewoon eens met ons praten over jouw mogelijkheden. Soms voelt een verandering als een stap terug, maar in werkelijkheid zet je twee stappen vooruit.”
